Hoe bouwt ORGArchitect?

Duurzaam of ecologisch?

Trias Ecologica
Lokaal gewonnen en weinig bewerking
Cradle to Cradle

Energietechniek en watertechniek

Passief bouwen, energieneutraal of Actief bouwen?
Isolatie
Dampscherm en luchtdichtheid
Ventilatie
LageTemperatuurVerwarming (LTV)
Passieve zonne-energie en zonwering
Zonnecollector, warmtepomp, zonnepanelen of HRe?
Drinkwater en hemelwater

Bouwen en materialen

Biobased bouwmaterialen
Hout als bouwproduct
Droogbouw
Dampopen bouwen
Groen en natuurbevorderend bouwen
Levensloopbestendig

Het bouwproces met ORGArchitect?

De dampopen houtskeletbouwwand van ORGArchitect
Ons ontwerp of uw gebouw?
Architectenwerkzaamheden, het bouwproces en onze extra ecologische werkzaamheden
Maquette of 3D visualisatie?
"Een architect is duur, eigenzinnig en altijd boven budget!"

 

Duurzaam of ecologisch?
Trias Ecologica
 

Basis van het duurzaam en ecologisch ontwerpen is de, ongetwijfeld bekende, Trias Ecologica:

Stap 1 is verminderen van de vraag, dus bijv. extra isoleren, zuinige apparaten.

Stap 2 is gebruik maken van duurzame energiebronnen. Dus passieve zonne-energie (grote ramen aan de zonzijde), maar ook actieve zonne-energie (zonnecollector of zonnepanelen).

Stap 3 is er voor het geval je het niet redt met duurzame bronnen: gebruik dan eindige bronnen (olie, gas) efficiënt en zuinig. Een energieneutraal huis haalt in de  winter al zijn energie uit duurzame bronnen en geeft deze in de zomer terug, als duurzame leverancier. Bij stap 3 komen we dus eigenlijk nooit.

Lokaal gewonnen en weinig bewerking
 

Tegenwoordig zijn er veel keurmerken die je vertellen of een product of dienst duurzaam is en/of voldoet aan milieunormen. Voorheen was logisch redeneren de enige oplossing. Ondanks de keurmerken (DuBo-keur, C2C, Breeam, GPR) geeft ook deze redenatie een goede basis. Je kan met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid stellen dat bouwproducten goede producten zijn, mits ze hergroeibaar zijn, lokaal zijn gewonnen en niet/tot minimaal behandeld zijn.

Cradle to Cradle
 

Tenslotte noemen we graag ook nog even de basisvragen van het cradle tot cradle principe, die Michael Braungart opsomt:

  1. is het op te eten?
  2. is het bio-afbreekbaar of te recyclen zonder kwaliteitsverlies?
  3. is het te verbranden om energie uit op te wekken?

Als je bij elk product deze vragen stelt, is de toon gezet voor een toekomst vol schone, duurzame producten, stelt hij (en dat klopt).

 

Energietechniek en watertechniek
Passief bouwen, energieneutraal of Actief bouwen?
 

Passief bouwen is een van de bekendste voortvloeisels uit de duurzame bouwgolf van de laatste jaren. De focus ligt in principe puur en alleen op energie. Bij een passief gebouw hoeven de materialen ook geen enkel duurzaam aspect te hebben. Ook hoeft een passief gebouw niet per se energieneutraal te zijn en de minimale energie die het gebouw nog nodig hebben mag gewoon uit eindige bronnen als olie of gas gehaald worden. In theorie mag je het hele gebouw van 'foute' en 'ongezonde' materialen maken en volstoppen met apparaten, als je maar voldoet aan de eis van 15 kWh/(m2jaar). De milieu impact (winning, gebruik en sloop) en de gevolgen voor de gezondheid door het gebruik van de bouwmaterialen worden volledig buiten beschouwing laten. Dat zou toch beter kunnen! Gezegd dient te worden dat de meeste passief bouwers wel degelijk naar de materialisering en gezondheidsaspecten kijken en daar duurzame beslissingen in nemen.

Een energieneutrale gebouw lijkt me al veel natuurlijker en ook logischer: In de winter zal je immers altijd meer gebruiken dan je op kan wekken en in de zomer zal je juist meer opwekken dan je verbruikt. De balans over een jaar is dan neutraal. Andere namen voor energieneutraal zijn ook wel nulenergie, balansgebouw of CO2-neutraal bouwen. Dat komt grotendeels op hetzelfde neer. In de praktijk blijkt vaak dat je, door overdimensionering nooit precies op nul komt. De balans slaat altijd uit naar de positieve kant. Het huis gaat dus over het hele jaar meer energie opleveren dan je verbruikt. Dan ben je niet neutraal, maar positief, of beter: actief!

We streven in onze ontwerpen naar nulenergie gebouwen met een 'plusje'. Passief bouwen dat meer dan energieneutraal is en dus zelfs energie oplevert het gebouw gemaakt van natuurlijke en duurzame materialen, met aandacht voor gezondheidsaspecten, comfort en eigen energie uit duurzame bronnen. Dan hebben we het over Natuurlijke actiefhuizen!

Isolatie
 

Isoleren staat boven aan bij Stap 1 in de Trias Ecologica: verminder de vraag! Punt een bij isoleren is de dikte: Op 1 januari 2011 is de isolatie waarde (Rc-waarde) van de buitenschil in het Bouwbesluit ‘maar liefst’ verhoogd van 2.5 naar 3,5 m·K/W

De Rc-waarde is de thermische weerstand van een constructie. Hoe hoger deze waarde, hoe beter de isolerende werking. Voor een passiefhuis is de vereiste isolatienorm 10,0 m·K/W. Bij een bouwvergunning dien je de energieprestatie van een woonhuis aan te tonen, de zogenaamde EPC-norm (Energie Prestatie Coëfficiënt). Die is op 1 januari 2011 verlaagd van 0.8 naar 0,6. Helaas wordt de EPC berekening een steeds meer achterhaalde prestatieberekening, zo is een Rc-waarde hoger dan 6,0 m·K/W niet meer van invloed op de EPC uitslag. Vreemd.....

 

Een koudebrugonderbrekende houtvezelplaat

Afgezien van de dikte is bij isoleren belangrijk dat de isolatielijn overal continu doorloopt. Om de zogenaamde koudebruggen te voorkomen (koudebruggen zijn eigenlijk warmtebruggen, ze geleiden de warmte naar buiten). Dat geldt ook bij aansluitingen tussen wanden, daken en vloeren en in aansluitingen met kozijnen. Aansluitende en doorlopende isolatie is essentieel voor een goede thermische schil.
 

Pas op, nu wordt het wel erg technisch...

In onze gebouwen maken we aan de buitenzijde van de constructiezone altijd een doorlopende isolatielaag vaak van houtvezel: als het ware een extra deken om het gebouw heen, als koudebrugonderbreking. Zie ook “De dampopen houtskeletbouwwand van ORGA”. Deze isolatielijn loopt dan helemaal rond, door het isolatiekozijn, door de dubbele lagen in het glas, onder de vloer door, in het dak, enz. We zorgen er ook voor dat de isolatiepakketten meerlaags en overlappend uit gevoerd worden, zodat er geen openingen tussen de isolatie kan ontstaan. Bij zachte isolatiematerialen is aansluiting relatief eenvoudig te bereiken, omdat je die flink aan kan drukken ter voorkoming van naadvorming. Bij harde platen is nauwkeurige aandacht en controle nodig om een aaneensluitende isolatielaag te verkrijgen. Wij isoleren met natuurlijke materialen, zoals houtvezelisolatie, isovlas of hennepisolatie. Tegenwoordig zijn er steeds meer (minder gangbare) natuurlijke isolatiematerialen als: kurk, schapenwol en dons. Er zijn ook veel recyclede materialen die gebruikt worden voor isolatie: papier (cellulose) of oude kleding. Het voordeel van natuurlijke materialen is dat ze van hergroeibare grondstoffen gemaakt zijn en dus, mits uit duurzame bronnen, onbeperkt voorradig zijn en in de natuurlijk ringloop blijven. Een ander voordeel is dat deze isolatiematerialen eveneens een hoge koelende werking hebben. Ze houden in de winter de warmte vast en in de zomer de koelte. De prijs van deze materialen verschilt, isovlas bijvoorbeeld is prijstechnisch gelijkwaardig aan traditionele isolatiematerialen (glas- en steenwol), houtvezelisolatie valt iets hoger uit, maar ook daar zien we steeds meer concurrentie, ook in de prijs. Vloeren isoleren we vaak tussen de balken, maar als je de balken in het zicht wilt houden, kan je ook aan de bovenzijde met een drukvaste houtvezelplaat met geprofileerde latten ter bevestiging van de vloerafwerking toepassen. Daar bovenop kan dan een vloerafwerking of eventueel een vloerverwarmingsysteem worden aangebracht. De vloerisolatie zetten we door langs de buitengevel, waardoor de koudebrug ter plekke van de gevelaansluiting verdwijnt.

  Onze gebouwen bouwen we altijd kruipruimteloos. Kruipruimtes zijn simpelweg overbodig geworden en bespaart geld. Een kruipruimte had verschillende functies. Omdat de houten begane grond vloeren vroeger niet luchtdicht te maken waren, konden de schadelijke bodemgassen als radon in de bovenliggende ruimten komen en moest er dus geventileerd worden. Ook eventueel vocht moest afgevoerd kunnen worden om rotting te voorkomen. Tenslotte was het ook prettig om voor onderhoud aan leidingen ed er later nog bij te kunnen. Tegenwoordig is dat dus niet meer nodig. Het Bouwbesluit eist sowieso een luchtdichte begane grond vloer. Het meest gangbare is dan beton (lees:eenvoudige en goedkopere). Toch mag je, in tegenstelling tot wat vaak beweerd wordt, nog steeds een houten begane grond vloer maken, als hij maar luchtdicht is! Dus de schadelijke bodemgassen dringen niet meer door in het gebouw, maar toch wil je die niet ophopen in de kruipruimte en ook vanwege het vocht wordt er nog steeds geventileerd.

Duidelijk te zien de capillaire werking van zand en de niet-capillaire werking van schelpen.

Echter naast de luchtdichte vloer maken wij ook altijd gebruik van een bodemafsluiter. Dat kan met folies, maar wij gebruiken meestal schelpen, eveneens een biobased bouwproduct. Schelpen hebben in tegenstelling tot zand geen capillaire werking, het trekt het vocht niet omhoog en de stilstaande lucht tussen de schelpen isoleert (een Rc waarde van 1,0 per 10 cm schelpen) en sluit de bodem af voor de bodemgassen. Dus nu hebben we geen bodemgassen door de isolerende schelplaag, geen vocht door de schelpen en een luchtdichte vloer. Waarom zouden we dan nog een kruipruimte willen? Als we die gaan ventileren blazen we allen maar koude lucht er door heen. De kwaliteit van het leidingwerk is tegenwoordig zo goed dat het langer mee gaat dan de vloer zelf. Een extra doorblaas mogelijkheid van de riolering voor onderhoud, kortere leidingen leggen, direct buiten de fundering brengen, zoveel mogelijk in de dekvloer en alle leidingen aan de funderingsbalken hangen ivm het verzakken van de grond, voorkomt alle problemen.

 

 

Voor het glas gebruiken we standaard HR++ isolatieglas, waar mogelijk (lees: het budget het toelaat) gebruiken we HR+++ glas, driedubbelglas. Ook gebruiken we passiefkozijnen; houten kozijnen met doorgaans een isolatieonderbreking van hard purschuim. Pur? Gelukkig is er een Belgisch bedrijf dat houten passiefkozijnen levert met kurk ipv pur. Passiefkozijnen kosten ongeveer 25% meer dan standaardkozijnen.

Passiefkozijnen

Dampscherm en luchtdichtheid
 

Het blijft nog even technisch...

Te allen tijde moet voorkomen worden dat de vochtige lucht vanuit binnen door luchtstroming in de gevelconstructie doordringt tot de relatief koude oppervlakken en daar op het condensatiepunt, ergens in de isolatie condenseert. Daar ontstaat dan dus vocht met alle vervelende gevolgen van dien: schimmels en rotting. Binnen is de meeste vochtproductie, door koken, wassen, douchen en simpelweg mensen (ademen). Er moet dus van binnenuit geweerd worden. In de traditionele bouw wordt nog maar al te vaak naar een dampdichte folie gegrepen om het vocht van binnenuit te weren. Fijn, maar dan kan vocht (of damp) dat zich reeds in de constructie zit, of die door een lek er toch in komt er niet meer uit. Bovendien is het verblijven in een “plastic zak”(die door apparaten voorzien wordt van verse lucht) niet de meest gezonde en comfortabele wijze van verblijven. Beter is om sowieso dampopen te bouwen (zie daarvoor ook “Dampopen bouwen” en “De dampopen houtskeletbouwwand van ORGA”). De gevelconstructie is dampdiffuus open, hij kan als het ware ademen, terwijl het vocht geweerd wordt. Dit doen we door het toepassen van een zogenaamd dampscherm. Deze bestaat uit: de constructieve plaat in de wandopbouw voor de grote vlakken, een dampopen folie aan de binnenzijde van de daken en alle naden. De naden zitten tussen de platen van het dampscherm, de aansluitingen tussen de bouwdelen (vloeren, wanden en daken, enz), bij ronde en hoekige dak- en geveldoorvoeren, sokkelaansluitingen en lekkages. Dit sluit enerzijds je dampscherm, anderzijds wordt de bouwschil ook volledig luchtdicht gemaakt is en voorkomt daardoor hoge energieverliezen en onaangename tocht. De duurzaamheid van de gehele constructie neemt hierdoor ernorm toe. Ruimtes in het gebouw zullen sneller een behaaglijke temperatuur bereiken en deze ook behouden. De tapes voor de verschillende aansluitingen kosten slechts een paar honderd euro. Dat is relatief weinig en je verdient het ook nog terug. Tijdens de uitvoering schenken wij altijd extra aandacht aan de detaillering, luchtdicht bouwen schrijven we altijd voor, maar goede naleving in de uitvoering is minstens zo belangrijk. Na het luchtdicht maken kan door een Blowdoortest worden gecontroleerd of de luchtdichtheid volstaat.

Ventilatie
 

Een goed luchtdicht maar ademend huis is dus van belang voor het comfort en de energie besparing. Recht daar tegenover staat de verse (en frisse) lucht. Oude slecht geïsoleerde gebouwen zijn oncomfortabel door tocht en je stookt je een ongeluk om het warm te krijgen, maar aan ventilatie geen gebrek; kieren en slechte aansluitingen zorgen voor de frisse lucht! Bij nieuwbouw eist het Bouwbesluit dat verschillende ruimte verschillend geventileerd moeten kunnen worden. Dat geldt voor iedere verblijfsruimte uiteraard, maar bv voor een natte cel of voor kantine meer, door de vochtproductie. Er zijn verschillende manieren om te ventileren, we zullen ze stapsgewijs beschrijven.

 

Een afbeelding van de Multivent van Ubbink: een altijd afzuigende manier van natuurlijke ventialtie. Indien nodig met bovendakse ventilator.

Natuurlijke ventilatie

‘Natuurlijke ventilatie’ is de meest gezonde manier van ventileren. Natuurlijke ventilatie maakt gebruik van de luchtstromen die spontaan in het gebouw ontstaan. We spreken ook wel van trek. Hoogteverschil tussen de verdiepingen versterkt de trek die de motor vormt van de natuurlijke luchtbeweging. De werking is als volgt: Op het dak staan afvoerpijpen die zo ontworpen zijn dat ze zelfs bij windstilte en geen drukverschillen (dit komt hoogst zelden voor) voldoende trek hebben. Zij trekken de lucht uit de natte ruimten, verkeersruimte of keukens en kantines door onderdruk te veroorzaken. Door het maken van spleten van 1 cm onder de deuren kan de lucht vrij stromen in het gebouw. Frisse lucht komt van buiten door ventilatieopeningen (klapraampjes, roosters, luchtpijpen) verdekt boven de ramen of in de gevels. Er zijn zelfregulerende (winddrukafhankelijke) roosters die zichzelf sluiten indien het te hard gaat waaien. In de afvoerpijp kan je bovendaks een ventilator integreren die afzuiging garandeert. Bij natuurlijke ventilatie geldt natuurlijk wel dat je de warme lucht en dus de energie naar buiten blaast. Meneer "EPC" houdt daar niet van...

 

Mechanische ventilatie

Bij volledige mechanische ventilatie is er een garantie dat het geboue voldoende geventileerd wordt en wordt bovendien de energie (warmte) behouden en hergebruikt. Deze balansventilatie is onontbeerlijk bij passieve bouw. Centraal geplaatst staat de WTW (warmtewisselaar) die de warmte overbrengt van de ‘vieze’ binnenlucht naar de ‘schone’ buitenlucht (er vindt geen luchtuitwisseling plaats). De afzuiging vindt dan plaats vanuit natte ruimten, verkeersruimte of keukens en kantines, maar in dit geval kan er vanuit iedere ruimte afgezogen worden. Met een centrale schakelaar wordt de mate van ventilatie geregeld. Bij mechanische afzuiging dient de ventilator continu te draaien, zodat de luchtverversing de hele dag is gegarandeerd. Van belang is de montage en afstelling van deze apparaten. Het apparaat dient zo afgesteld te worden dat er voldoende geventileerd wordt, filters dienen schoon gehouden te worden en ook mag er geen verontreiniging in de leidingen ontstaan. Leidingen die niet goed zijn aangelegd of filters die niet schoongemaakt worden, kunnen gezondheidsklachten veroorzaken. Er is ook een systeem dat door een warmtewisselaar de warmte uit de ventilatielucht overbrengt naar het water voor de vloer- en wandverwarming, dat betekent dat je wel altijd frisse lucht van buiten hebt, maar de energie niet verliest door hem naar buiten te blazen.

Vraaggestuurd natuurlijk ventileren/vraaggestuurde balansventilatie

Vraaggestuurd natuurlijk ventileren is ventileren door natuurlijke toevoer via roosters boven de kozijnen en/of in de gevel. Een ventilatie-unit zorgt voor de mechanische afzuiging. Deze unit meet o.a. de CO2 waarden in de afvoerlucht. Op het moment dat deze gaat stijgen worden de roosters in de gevels automatisch verder geopend. Is dat niet voldoende, dan gaat de unit harder zuigen. In tegenstelling tot gewone mechanische ventilatie wordt er alleen afgezogen als het echt nodig is, dat scheelt energie. Tegenwoordig is er ook vraaggestuurde balansventilatie. Deze unit zuigt ook alleen indien o.a. de CO2 waarden te hoog worden, echter per ruimte. In dit geval kan je dus gewoon roosters toepassen of een raam openzetten, als de waarden dan dalen, stopt de unit met het afzuigen van de ruimte. Efficiënt dus, want ‘lege’ kamers worden niet afgezogen. De warmte uit de afgevoerde lucht wordt wel teruggewonnen, afgegeven aan frisse, maar koude aanvoerlucht en centraal teruggeleverd in bv het trappenhuis.

Over ventilatie is veel te doen. Met de installatie en gebruik van balansventilatie is geregeld het een en ander fout gegaan, met allerlei gezondheidsklachten van dien (bij natuurlijke ventilatie is dat uitgesloten). En dat puur voor energiewinst... Dus voor de liefhebbers een raadseltje: je hebt een gebouw met zeer goede isolatie en je verwarmt met LTV en duurzame energie, waardoor de energievraag al zeer gering is. In het ene geval hebben we balansventilatiesysteem. Door het terugwinnen van de energie uit de afvoerlucht bespaar je een X hoeveelheid energie. Het continu draaiende houden van de warmtewisselaar in het balansventialtiesysteem kost je echter een Y hoeveelheid energie (vraag een: hoeveel win je nu werkelijk?). In het andere geval hebben we natuurlijke ventilatie. Hier blazen we de energie in de warme afvoerlucht wel naar buiten, maar je hoeft ook geen warmtewisselaar continu draaiende te houden. Bovendien hebben we in het laatste geval ook geen systeem aan hoeven leggen: leidingen en apparaten laten maken, vervoeren en plaatsen, onderhouden en vervangen. Welke van de twee gevallen is duurzamer?

Tenslotte kijken we altijd naar de ‘Low-Tech” oplossingen, denk daarbij aan een grondbuis die 's zomers de binnenstromende lucht koelt en ’s winters verwarmd. Of is het mogelijk om een serre te plaatsen? Dan kan die uitstekend gebruikt worden voor wisselende ventilatie tijdens zomerdagen, zomernachten en winterdagen. Geen serre? Dan kan er door luiken zomernachtventilatie.

Lage Temperatuur Verwarming (LTV)
 

LTV wordt over het algemeen in twee vormen gebruikt, wandverwarming en/of vloerverwarming. Wij gebruiken altijd waterdragende systemen, ipv elektrische verwarmingssystemen. Dat wil zeggen de warmte wordt verspreid door warmwater ipv electriciteit (denk aan een electrisch deken). Over het algemeen wordt wandverwarming als aangenamer ervaren. Tenslotte kan met wand- en/of vloerverwarming ook eenvoudig gekoeld worden, door er koud water doorheen te laten stromen. Bij integraal denken over de energievraag, gezondheid en comfort is LTV zonder meer een vereiste. Drie grote voordelen:

  1. Comfort: het is stralingswarmte door infrarood, dus geen luchtverwarming zoals bij radiatoren. Je wordt aangestraald door de massa net als door de zon, denk aan wintersport: boven op een berg kan je in je T-shirt zitten. De lucht is relatief koud, maar de zon straalt jou aan door infrarood. Dit betekent ook dat je geen tocht hebt in huis. Luchtstromen worden immers geminimaliseerd, de lucht is relatief koel.
  2. Gezondheid: er is nauwelijks luchtverplaatsing, dus ook geen stofdwarreling door het woonhuis. Bijzonder fijn voor allergiegevoelige mensen.
  3. Energievraag: het is LAGE temperatuur verwarming (30 graden), dus het water hoeft niet tot radiatorwarmte (60 graden) opgewarmd te worden en dat scheelt stookkosten.

Wandverwarming in de ecologische woning in Almere

Passieve zonne-energie en zonwering
 

Passieve zonne-energie

Het gebouw op de zon oriënteren…een van meest eenvoudige en compleet kostenloze duurzame maatregelen! Dat betekent dat je in de wintermaanden de zon zoveel mogelijk binnen wil hebben schijnen, dat warmt ‘gratis’ het gebouw op. Dit kan simpelweg door grote raamoppervlakten op het zuiden te richten. De zuid oriëntatie kan variëren tussen zuidoost en zuidwest zonder veel invloed op de hoeveelheid zoninstraling te hebben. Dit is de meeste ideale kant om de passieve zonne-energie te vergroten. Extra voordeel is dat grote ramen het daglicht tot diep in de ruimten naar binnen brengt. Dat is niet alleen erg prettig, maar scheelt ook weer in verlichting.

Het effect van passieve zonne-energie is meestal merkbaar op twee fronten:

  1. Wintersituatie: de energie kosten zijn lager door 'gratis' opwarming door de zon
  2. Zomersituatie: door het grote raamoppervlak is er kans op oververhitting en stijgen de energiekosten door de koellast Daarvoor passen we zonwering toe.

Zonwering

Voor buitenzonwering kan aan uiteenlopende oplossingen worden gedacht:

  1. vaste zonwering (dakoverstek)
  2. zonwerende luiken (al dan niet mechanisch te bedienen)
  3. standaard zonweringsysteem
  4. natuurlijke varianten (leilindes, pergola met druiven)

De zonwering moet bij voorkeur aan de buitenkant aangebracht worden, anders is de warmte immers al binnen. Ook moet er rekening gehouden worden dat de passieve zonne-energie in de winter niet in het gedrang komt.

Fraaie vormgeving van beweegbare zonwering

Een vaste zonwering (dakoverstek) haalt de winterzon binnen en houdt de zomerzon buiten.

Zonnecollector, warmtepomp, zonnepanelen of HRe?

 

Zonnecollector

Actieve zonne-energie bestaat uit het omzetten van zonnestraling in energie (warmte: collectoren of elektriciteit: panelen) en slaat die energie op in een voorraadvat met water of als elektriciteit op het net of accu’s. Het systeem waar collectoren onderdeel van zijn, zijn de zonneboilers en bestaan uit een collector (tussen de 2 en 5,5 m2) op het dak, een buizensysteem, een pomp, een voorraadvat (tussen de 80 en 240 liter), een naverwarmer en diverse (temperatuur-)sensoren. De naverwarmer is nodig omdat de zon in ons land niet altijd voldoende energie geeft om het water warm te houden (denk aan de winter en aan bewolkte dagen). Bij een te lage temperatuur zorgt de naverwarmer via conventionele middelen dat het water op een koudere dag in ieder geval minimaal 60 graden warm is, om de legionellabacterie geen lans te geven.

 

Vaak wordt de zonneboiler alleen gebruikt voor de warmwatervoorziening. Immers als je hem zou koppelen aan de vloerverwarming is het rendemant niet zo groot, omdat je die warmte immers het meeste nodig hebt, wanneer de zon het minste schijnt. Er zijn een aantal types:

  1. De standaard zonneboiler hebben een collectoroppervlak van rond de drie vierkante meter. De diameter van het watervat is meestal 65 centimeter, met een hoogte rond de 1 meter.
  2. De compacte zonneboiler heeft geen apart watervat, maar heeft in plaats daarvan wateropslag direct onder de collector. Hiermee wordt water bespaard in huis, al is de collector wel zwaarder en hoger en dus niet geschikt voor ieder dak. Er is ook een compacte ontwikkeld voor op de nok van een gebouw.
  3. De CV-zonneboiler maakt in plaats van een naverwarmer gebruikt van een CV-leiding om het water om temperatuur te houden. Hierdoor is altijd een grote hoeveelheid warm water beschikbaar.
  4. De zonneboilercombi, hierbij wordt ook de centrale verwarming ten dele gevoed vanuit het voorraadvat. Het voorraadvat is dan ook een flink stuk groter, met een volume van rond de 250 liter.
 

Zonnepanelen

Het systeem waar zonnepanelen onderdeel van zijn, heet een PV-systeem (photo voltaic). Zonnecellen zetten licht om naar elektrische spanning, doordat zonlicht van twee lagen silicium een stroombron maakt. Vervolgens zet de omvormer de spanning om naar wisselstroom van 230 volt. Opwekken van de elektriciteit gebeurt ook op bewolkte dagen (echter sneeuw kan je er beter afvegen...). Tegenwoordig zijn er veel varianten, van de harde platen die het meeste opleveren, tot slappe, die je tegenwoordig ook 'dakpan' gevormd zijn, die kan je dus zo op je dak leggen, maar leveren wel minder op.

Stap 1 in de Trias Ecologica is vraagvermindering, dus LED verlichting en zuinige apparatuur zijn de eerste stappen!

 

Warmtepomp

Met een warmtepomp kan een gebouw worden verwarmd en gekoeld. Je moet je een warmtepomp voorstellen als een omgekeerde koelkast. Zoals de koelkast koud wordt van binnen en warm aan de achterkant, wordt bij een warmtepomp de bron koud en het gebouw warm. Warmtepompen leveren energie voor verwarming en voor de warmwatervoorziening. De bekendste warmtepompen zijn de zogenaamde warmtepompen die gebruik maken van grondwater. Er zijn horizontale en verticale warmtepompen. Daarnaast zijn er ook luchtwarmtepompen, die maken gebruik van de buitenlucht als bron. Deze zijn relatief goedkoop, je hoeft immers geen bron te slaan/graven. Tenslotte is er ook een warmtepomp met water als bron, daarvoor heb je diep en stromend water nodig (en vergunningen van o.a. Waterschappen...)

 

Horizontale warmtepomp

Vertikale warmtepomp

 

HRe ketel / MicroWKK

Er is ook nog de microWKK (micro Warmte Kracht Koppeling), ook wel de HRe. De HRe-ketel is een kleine energiecentrale. Hij maakt net als de gewone HR-ketel warm water. Echter tegelijkertijd maakt hij ook elektriciteit en dat maakt hem uniek. Het gebruikte gas wordt veel efficiënter benut en daardoor is een fors hoger rendement mogelijk. In de centrale zit naast een HR-ketel ook een kleine motor. De motor drijft een dynamo aan die elektriciteit opwekt. De warmte die hierbij vrijkomt verdwijnt niet, maar wordt opgeslagen in een boiler of direct gebruikt voor de centrale verwarming of om water te verwarmen. Er gaat dus weinig energie verloren waardoor het rendement van de HRe-ketel hoog is en je kunt er ook nog lampen op laten branden.

Drinkwater en hemelwater
  Drinkwater: van levensbelang, maar we spoelen er gerust de toilet mee door. Nederlanders gebruiken steeds meer water. De inspanning en energie die nodig is om iedereen genoeg schoon water te leveren wordt steeds groter en duurder. Maar de productie kan niet onbeperkt worden uitgebreid. Water zuiveren en transporteren kost bovendien energie en er zijn chemicaliën bij nodig. Om in de toekomst onze drinkwatervoorraad veilig te stellen voor het nageslacht moeten we zuinig omspringen met onze grondwatervoorraad. In heel Nederland gebruiken we per dag meer dan één miljard liter drinkwater voor toepassingen waarvoor een mindere kwaliteit water voldoende zou zijn.
 

Hemelwater

Een eenvoudige en efficiënte stap is het afkoppelen van het hemelwater en het gewoon laten infiltreren in de bodem. Dat heet een gescheiden systeem. Wat we nu eigenlijk doen is het volgende: we hebben een relatief kleine hoeveelheid vies water (van toiletten, keukens, industrie ed), dat mengen we met grote hoeveelheden schoon water (hemelwater) en vervolgens hebben we grote pompen nodig om het bij de zuiveringsinstallatie te krijgen en gaan we het allemaal weer schoonmaken om het op het oppervlakte water te kunnen lozen. Vreemde zaak... Bovendien zorgt de afvoer van het regenwater dat met name in de stad de grond verdroogt. Tenslotte voorkomt afkoppelen ook dat het vuile rioolwater bij grote hoosbuien overgestort wordt naar het oppervlaktewater zonder dat het gereinigd wordt. Afkoppelen betekent dus dat de pompen en zuiveringsinstallatie kleiner kunnen worden, doordat ze minder en gelijkmatiger belast worden en het grondwater wordt zo op natuurlijke wijze aangevuld.

Vervolgens kunnen we er voor keizen om het schone hemelwater te gebruiken. De eenvoudigste wijze is een regenton, waardoor het regenwater gebruikt kan worden in de tuin. Een meer structurele waterbesparing is een hemelwatersysteem. In de kelder of in de tuin kan je een bassin maken, bestaande uit en tank of een waterzak, waarin je minimaal 3.000 liter water kan opvangen. Het regenwater wordt vanaf het dak via een filter vanuit de hemelwaterafvoer op het dak afgevoerd naar het bassin. Een pomp brengt het water naar de wasmachine en toiletten. Met een dergelijk systeem is er 45% drinkwater te besparen. Het is wel de vraag of je het er financieel ‘uithaalt’. Water kost immers nog niets, maar dat zal in de toekomst omgetwijfeld veranderen.
 

Grijswater

Naast hergebruik van regenwater is het ook mogelijk om een grijswatersysteem toe te passen. Dat is wel wezenlijk iets anders. Bij een hemelwatersysteem zal de tank een grotere capaciteit moeten hebben aangezien regenwater onregelmatig valt. Bij een grijswatersysteem, afkomstig van de douche en wasmachine, kan de tank een kleinere capaciteit hebben, aangezien de toevoer regelmatiger is. Water afkomstig van de toilet en keuken is ‘zwart water’ en dient afgevoerd te worden naar de rioolwaterzuivering.

 
Bouwen en materialen
Biobased bouwmaterialen
 

Veel grondstoffen voor bouwmaterialen worden gemaakt door eindige materialen. De eenvoudige baksteen bijvoorbeeld wordt gemaakt van klei, vervolgens gebakken, waardoor hij uit de natuurlijke kringloop wordt gehaald en daar dus nooit meer in terug komt. Veel van deze grondstoffen worden bovendien steeds schaarser. Het gebruik van biobased materialen is een uitstekend duurzaam alternatief. Huidige technieken en kennis maakt het mogelijk om van deze materialen hoogwaardige bouwmaterialen te maken. De overstap van fossiele (eindige) grondstoffen naar biobased grondstoffen helpt mee met het oplossen van het klimaatprobleem (het ‘groeit’ immers), vermindert ook afvalstromen (want het kan gewoon ‘op de composthoop’) en milieuonvriendelijke materialen worden voorkomen. De Universiteit in Wageningen doen onderzoek naar hernieuwbare grondstoffen en zij hebben de volgende voorwaarden geformuleerd:

  1. productie in de regio (agrariërs, gemeenten, natuurorganisaties)
  2. verwerking in de regio tot eindproducten
  3. transport van grondstoffen en eindproducten in de regio
  4. hergebruik na gebruik in de bouw, vervolgens composteerbaar
  5. niet nadelig voor het landschap

Uiteraard moeten de biobased bouwmaterialen voldoen aan de gestelde eisen en normen. Ook moeten ze uiteraard prijstechnisch concurrerend zijn. Onze gebouwen worden gebouwd in een houtskelet met in de markt eenvoudig verkrijgbare biobased materialen. De opbouw van het houtskelet is eenvoudig maakbaar door in principe iedere aannemer te bouwen en daardoor prijstechnisch concurrerend. Zie ook “De dampopen houtskeletbouwwand van ORGA”.

Hout als bouwproduct
  Hout is het meest duurzame bouwproduct. Het is een hergroeibaar bouwmateriaal: hout uit duurzaam beheerde bossen (met een FSC of gelijkwaardig keurmerk) is een grondstof die zich continu vernieuwd. Hout, mits onbehandeld of met biobased materialen behandeld, blijft in de natuurlijke kringloop. Het is een constructief bouwmateriaal, maar toch is het licht, dus dat scheelt in materiaal voor bv de constructie. De verwerking ervan kost nauwelijks energie en het is eenvoudig maakbaar en aanpasbaar. Hout maakt een gezonde leefomgeving. Het is overal lokaal te verkrijgen en tijdens de groei heeft het ook nog een grote recreatieve waarde.

Bekijk waarom hout het meest duurzame bouwproduct is in deze folder van de Nederlandse Bond van Timmerfabrikanten (NBvT)

De keurmerken voor duurzaam beheerde bossen

 

Gewicht

Een houtskeletbouw constructie is lichter dan een traditionele stenenwoning. De funderingen kunnen daardoor veel eenvoudiger en minder zwaar worden uitgevoerd.

Isolatie

Hout bezit uitstekende thermische eigenschappen. In een koud land als Canada b.v. is zo'n 90 % van de laagbouw houtskeletbouw. Hout slaat immers geen warmte op. De wanden voelen nooit koud aan. Vandaar dat een houtskeletbouw op zeer korte termijn op de gewenste temperatuur gebracht kan worden. Dat resulteert in een gunstig energieverbruik en een hoog wooncomfort. Tegelijkertijd koelt een huis dus ook snel af en is het te overwegen om ergens in de woning een thermische massa op te nemen. Een ander voordeel is dat de isolatie in de constructie zelf zit, tussen de stijlen. Dit in tegenstelling tot de traditionele constructies waar isolatie als een extra laag wordt toegevoegd. Hierdoor blijft de totale gevelconstructie in dikte beperkt.

Vochtregelend

Bij traditionele nieuwbouw met beton-, metsel- of pleisterwerken is de luchtvochtigheid in de woning gedurende een vrij lange periode te hoog. Alle materialen moeten immers drogen. Bij houtskeletbouw is hier geen sprake van. Hout bezit bovendien uitstekende vochtregulerende eigenschappen. Waterdamp wordt opgenomen en afgestaan naargelang de luchtvochtigheid van de omgeving toeneemt of afneemt. Zo wordt het probleem van condensatie vermeden.

Brandveilig

In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, is hout niet minder brandveilig dan andere materialen. Houtbouw beantwoordt volledig aan de veiligheidseisen en richtlijnen betreffende de brandveiligheid van eengezinswoningen. Het is een bekend gegeven dat bij brand hout geleidelijk verkoolt. De verkoolde laag die aan de buitenkant van het hout ontstaat, vormt een uitstekende beschermlaag. Hout wordt zelfs regelmatig gebruikt als brandbescherming van stalen constructies.

Prefab, snelheid en kwaliteit

Doorgaans worden de houtskeletbouw delen in de fabriek gemaakt. Dat scheelt in arbeidsuren, transport (grote delen komen in een keer, met kozijnen en al). Door de prefab en het feit dat er niets hoeft te drogen, zal de bouwtijd vele malen korter zijn, wat op een rentevoordeel oplevert en dubbele lasten beperkt. De gehele bouwtijd van fundering tot oplevering betreft meestal slechts 3 à 4 maanden. Prefab zorgt er bovendien voor dat de kwaliteit van het werk verbetert. De omstandigheden in de fabriek kunnen uiteraard uitstekend beheerst worden en dat voorkomt faalkosten.

Kosten

In houtskeletbouw zit ook een grote kostenreductie en dat maakt het niet alleen prijstechnisch interessant, maar geeft ook een goede prijs-kwaliteit verhouding.

  1. prefab voorkomt faalkosten
  2. snelheid levert rentewinst
  3. hout is licht, dat levert materiaalbesparing in bv fundering
  4. eenvoudige bewerking
Droogbouw
 

Houtskeletbouw is een droogbouw methode. Alle bouwmaterialen worden mechanisch verbonden (wel tegen de aannemer zeggend dat hij de pur-spuit in de bus moet laten liggen....), dus door schroeven en of spijkers. -

  1. Er wordt niets verlijmd of gemetseld, dat betekent snel werken, je hebt immer geen droogtijden.
  2. Vorst is minder van invloed, dus minder vertraging
  3. Er bevindt zich nauwelijks vocht in het gebouw tijdens de bouw en na oplevering
  4. Geen uitloging van lijmen, cement ed, van bv formaldehyde

Als je bij oplevering door een traditioneel gebouwd gebouw loopt, ruik je lijmen, cement, vers beton, plasitc, enz. Loop je door een droogbouw houtskeletbouw woning ruik je, jawel, hout!

Dampopen bouwen
 

In de traditionele bouwwereld is het (nog steeds) gebruikelijk om je gebouw in plastic te verpakken. Gebruik van een ‘plastic zak’ voorkomt condensatie. Er kan van binnenuit geen vocht in de constructie komen, wat ervoor kan zorgen dat het hout gaat rotten en/of houtzwam kan ontstaan. Echter ‘what you see is what you get!”: je woont in een plastic zakje... Sterk dampremmende gevels dragen niet bij aan een gezond binnenklimaat. Uit onderzoek is gebleken dat in de woning geproduceerd waterdamp niet voldoende weg kan. Een goed functionerend ventilatiesysteem verbetert het binnenklimaat, maar is in negen van de tien gevallen niet voldoende om een gezond binnenklimaat te garanderen.

Het dient dus de voorkeur te hebben om dampopen te bouwen, dampdiffuus om precies te zijn. Dampopen bouwen komt neer op het wind- en luchtdicht construeren van de gehele buitenschil, waarbij het materiaal van de buitenconstructie dampopener is ten opzichte van het materiaal van de binnenconstructie. Simpel gezegd, de damp kan naar buiten toe de buitenschil uit. De relatieve luchtvochtigheid wordt gereguleerd, zonder dat de isolerende werking achteruit gaat. Het dampscherm en extra luchtdichting aan de binnenzijde voorkomt inwendige condensatie in de buitenschil (binnen is de meeste vochtproductie (zie ook “Dampscherm en luchtdichtheid”).

Een dampopen constructie geeft een veel gelijkmatigere luchtvochtigheid in gebouwen en maakt zo de binnenruimte vele malen gezonder en comfortabeler, bovendien is droge lucht veel eenvoudiger op te warmen dan vochtige lucht, dus scheelt het ook energiekosten. In plaats van de volledig geïsoleerde, dichte constructie (plastic zak), is een dampopen gebouw natuurlijk ademend met een natuurlijke vocht- en temperatuurhuishouding.

Groen en natuurbevorderend bouwen
 

Een van de meest ondergeschoven kindjes bij bouwen en architectuur is de omgeving en het groen in de omgeving. Hele woonwijken en kantoorcomplexen worden neergezet vanachter een bureau. Er is zelfs een officiële term voor: Tabula Rasa: ik veeg het geheel leeg en zet er neer wat ik wil. In en om een gebouw kan op vele manieren de natuur de kwaliteit van de omgeving bevorderen. Natuur in de omgeving is van grote positieve invloed op de gesteldheid en gevoelens van mensen. Groeiende en bloeiende bomen brengen rust. Dieren, van groot tot klein, bevorderen niet alleen de biodiversiteit en gezondheid van de bodem, maar zijn erg intrigerend en verrassend om naar te kijken. Zo speelt de omgeving wel degelijk een zeer belangrijke rol in de beleving van een omgeving.

Daarnaast kan groen en natuurbevorderende maatregelen ook op een praktische manier toegepast worden. Om te beginnen als afscherming van oa. geluid. Daarnaast het vegetatiedak in al zijn vormen (sedum, turf, gras, kruiden) of de groene gevel. Beide hebben een isolerende werking. Traditioneel worden dieren geweerd in de bebouwde omgeving, maar wij zijn er van overtuig dat een goede symbiose is te vinden. In plaats van mussenschroot (het weren van kleine vogels onder de dakpannen) kan je ook de vogelvide toepassen (ingebouwde nesten onder de onderste rij pannen) of speciaal ontworpen dakpannen met ruimte voor nestgelegenheden. Onder de dakgoot kan je vrij eenvoudig gierzwaluwkasten integreren: zwaluwen eten duizenden insecten per dag (met name muggen...) Maak diervriendelijke erfafscheidingen, zodat egels vrij zijn om de tuin te ontdoen van andere insecten.
Dan zijn er nog altijd ‘grootmoederwijsheden’. Dat zijn vaak doeltreffende, goedkope maatregelen die hun positieve effect in de loop der jaren bewezen hebben. Beplant de woning aan de noordzijde met een groenblijvende klimop, zoals bv de Hedera. De laag groen biedt een extra isolatielaag, geeft de gevel bescherming tegen de weersinvloeden en stimuleert ook nog eens de natuurlijke omgeving. De klimop dient wel van hout verwijderd te worden (kozijnen ed). Voor het metselwerk is het geen probleem. In Duitsland zijn er eeuwenoude gestuukte woonhuizen waarbij de even oude klimop de gevel nergens beschadigd had. Plant aan de zuidkant van de woning een klimop die in de winter bladverlies heeft, zoals de Wilde Wingerd, met prachtige herfstkleuren. Zo biedt hij extra koelende werking in de zomer, maar in de winter kan de zon het woonhuis wel opwarmen. Of de Leilindes. Tegenwoordig statig langs de oprijlaan, maar vroeger gewoon een eenvoudig zonnescherm. Zomers schaduw en in de winter kaal, dus kan de zon het woonhuis opwarmen. Een moderne variant is een pergola van druiven.
 

Groenblijvende hedera

 

 

Wilde Wingerd, die in de winter zijn blad verliest

Levensloopbestendig
  Levensloopbestendig bouwen is altijd een belangrijk onderdeel van onze ontwerpen. Bij woningen wordt het door de vergrijzing en het feit dat mensen zo lang mogelijk op zich zelf willen blijven wonen een steeds belangrijker aspect. Het betekent dat woningen zo zijn gebouwd dat de bewoners erin kunnen blijven wonen als hun levensomstandigheden veranderen, bijvoorbeeld door ouderdom, ziekte of een handicap. Graag trekken wij dat breder naar veranderende levensomstandigheden als later kantoor aan huis, geen derde erbij maar een drieling... dat soort aspecten. Het is niet alleen fijn te blijven kunnen wonen waar je zit, maar maakt woningen ook duurzamer: ze gaan simpelweg langer mee. Houtskeletbouw is eenvoudig aanpasbaar, dat maakt het makkelijk, maar ook een extra kamer op de begane grond met de mogelijkheid om eenvoudig een douche te maken. Uiteraard kijken we naar integrale toegankelijkheid van het gebouw en bij het maken van vides kijken we altijd of we later eenvoudig een platformlift in kunnen passen. Tenslotte reserveren we in de constructie ruimte voor eventuele latere aanpassingen.
 
Het bouwproces met ORGArchitect?
De dampopen houtskeletbouwwand van ORGArchitect
 

‘Ecologisch bouwen de standaard bouwmethode’ dat is onze visie. Om dat te bereiken moet je bouwen met overal eenvoudig te verkrijgen bouwmaterialen op een manier dat in principe ieder aannemer kan maken (dus ook prijsconcurrerend) met vormen en uitstraling die de vele verschillende wensen kan dekken.

Wij hebben een houtskeletbouw methode ontwikkeld die alle bovenstaande ecologische principes en uitgangspunten in zich heeft, eenvoudig te bouwen (prijsconcurrerend) en zoveel mogelijk de wens van de opdrachtgever kan inwilligen. Als we de gevelopbouw van binnen naar buiten bekijken hebben een onderverdeling in drie zones.

  1. De installatiezone. In deze zone is ruimte voor al het leidingwerk, dus elektra, waterleidingen, cv leidingen of de warmtewandbuizen. Tussen de leidingen is ruimte voor extra isolatie, behalve natuurlijk bij de warmtewandbuizen, die moeten in de ‘massa’ gelegd worden, een dikke leemstuklaag. Op de isolatie kan je in principe iedere afwerking aanbrengen die je zelf wilt. Voordeel van de installatiezone is dat je geen leidingen of doorvoeren door je dampscherm hoeft te boren en je dikke isolatielaag blijft ongeschonden. Ook leent deze zone zich er uitstekend voor om in zelfwerkzaamheid aan te brengen, gescheiden van het werk van de aannemer.
  2. De constructie- en isolatiezone. Deze zone bestaat uit het daadwerkelijk houtskeletframe, met tussen de stijlen de dikke isolatielaag. Aan de binnenzijde bevindt zich de OSB of multiplex beplating. Die vormt enerzijds onderdeel van de stabiliteit, anderzijds het dampscherm. Alle naden en aansluitingen dienen getapet te worden. Aan de buitenzijde van het frame wordt een doorlopende isolatiedeken aangebracht als koudebrug onderbreking.
  3. De buitengevelzone. Hier kan een gevelafwerking naar wens worden gekozen; hout, baksteen, stucwerk, enz.

Deze opbouw geeft een grote vorm en afwerking, zonder dat er ingeleverd wordt op duurzame en ecologische principes. Dit blijkt uit de grote variatie in de verschillende woningen die we bouwen. Ze zijn vanuit hetzelfde principe opgebouwd en doordat het principe door iedere aannemer te bouwen is, is het goed prijsconcurrerend!

Ons ontwerp of uw gebouw?
 

Een groot misverstand is dat duurzaam en ecologisch bouwen al het ander uit wil sluiten. Daar gaan we het niet mee redden. Bouwen is een praktisch vak en de praktijk is soms weerbarstig (dat is overigens iets anders dan conservatief). Zeker als je het ecologische bouwen tot standaard bouwmethode wil verheffen is het van belang zelf ook praktisch te blijven. Wij luisteren goed naar de uitvoerende partijen en een gebouw moet ook hun gebouw worden. Bovendien is de kennis uit de praktijk zeer waardevol. Als blijkt dat ergens bijvoorbeeld een stukje aluminium nodig is om het goed dicht te krijgen, af te sluiten of waterdicht te krijgen en er is geen ecologisch alternatief, dan gebruiken we gewoon het stukje aluminium. Op het punt waar lucht, water en grond samenkomen (bijvoorbeeld de plint van het gebouw) kan je nog zo graag een hergroeibaar ecologisch product uit de natuurlijke kringloop willen gebruiken, maar als je dat toepast op dat punt, zit het product hoogst waarschijnlijk een stuk sneller in de natuurlijke kringloop dan je zou willen…

Een aantal jaren geleden is de architect officieel tot ‘adviseur’ omgedoopt, een goede zet. Dat houdt eenvoudig weg in dat de architect niet meer zijn eigen gebouw maakt, maar dat van de opdrachtgever. Alhoewel er nog een flink aantal architecten zullen zijn die zich daar nog weinig van aan trekken, ons doel is om de opdrachtgever te informeren, te adviseren en zijn wensen te vertalen in een duurzaam gebouw. Om dit te bereiken is gewoon luisteren een van de makkelijkste manieren. Daaruit volgt vanzelf dat het gebouw anders wordt dan alle andere gebouwen. Onze ontwerpen zijn anders van vorm, anders van uitstraling, anders in materialisering...Zoveel mensen, zoveel smaken, zoveel gebouwen...

Wij vragen onze opdrachtgevers vaak om een persoonlijk terugkoppeling. Dat is natuurlijk belangrijk om je te blijven ontwikkelen, maar ook leuk om te lezen. Je kan de terugkoppeling bij de verschillende projecten lezen: Marc & Madeleine, Bas & Michele, Gera & Rob, Jens & Sandra, Sven & Astrid en Olga & Leo

Architectenwerkzaamheden, het bouwproces en onze extra ecologische werkzaamheden
  Ieder bouwproces begint uiteraard met een kennismaking. Een bouwproces is een intensief project en het is dan ook van belang dat er een goede persoonlijke verstandhouding is, dat het klikt zogezegd. Wij nemen dan ook altijd uitgebreid de tijd voor het eerste gesprek, uiteraard vrijblijvend. Tijdens dat gesprek leggen we uit wat het bouwproces inhoudt, wat erbij komt kijken, welke kosten er bij een bouwproject komen kijken (de stichtingskosten) en wat voor het betreffende bouwproject van belang is. Om vast een voorzet tegen wat wij als architect doen hebben we het hier stapsgewijs opgesomd
 

Voorlopig Ontwerp

Je start met het VO (Voorlopig Ontwerp) fase. In deze fase wordt het Programma van Eisen van de opdrachtgever vertaald naar een eerste ontwerp. Uiteraard is dit nog vrij globaal. De constructie en installatiereserveringen worden globaal weer gegeven. Het resultaat zijn de eerste plattegronden, aanzichten en doorsneden. Ook de massastudie (schetsmaquettes en/of 3D tekeningen) zijn onderdeel van deze fase, alsmede materialisering en een eerste globale kostenberekening. Aan het einde van het VO is de verschijningsvorm en indeling globaal al helder.

 

 

 

 

 

VO tekening, klik voor een grote variant!

 

Definitief Ontwerp

In de DO gaan we verder met het door alle partijen goedgekeurde Voorlopig Ontwerp en wordt dit naar een definitieve vorm uitgewerkt. Aspecten kunnen nog wijzigen of aangescherpt worden. De constructeur maakt het constructieve ontwerp en voert de benodigde berekeningen uit. De installatieadviseur adviseert over de installatie en de benodigde ruimte. De tekeningen van de plattegronden, gevels en doorsneden worden definitief en de constructie en installaties geïntegreerd. Ook materialen, afwerkingen en kleuren worden definitief. Ook kijken we naar eisen uit het Bouwbesluit: daglicht, ventilatie en energieprestatie. Het DO geeft een helder beeld van de verschijningsvorm, indeling en materialisering.

 

De Bouwvoorbereiding

Met de tekeningen van het DO worden aspecten verder uitgewerkt, aangescherpt en vervolledigd voor het aanvragen van de bouwvergunning bij de gemeente. Tegenwoordig is de termijn daarvoor vermindert naar 8 weken en kan alles digitaal ingediend worden. Een paar keer overleggen met de Welstand en afdeling Bouwtoezicht horen erbij. In deze fase maken we ook een uitgebreide werkomschrijving en detailtekeningen. Uiteraard heeft de constructeur ook zijn definitieve berekeningen en tekeningen gereed.

 

 

 

 

 

 

Bouwvergunningstekening, klik voor een grote variant!

 

Prijs- en contractonderhandelingen

Onderdeel van onze werkzaamheden is het aanvragen van offertes bij aannemers en de communicatie naar hen toe. Doorgaans vragen we een viertal offertes aan, dat is een goede range. Uiteraard kennen we inmiddels een aantal goede aannemers waar we ervaring mee hebben, maar we staan ook open voor aannemers waar de opdrachtgever mee bekend is. Wel zorgen we er dan voor dat die aannemer bouwt wat we samen met de opdrachtgever op papier hebben. We stellen vervolgens een aannemersovereenkomst op en zorgen dat daar instaat dat er gebouwd wordt wat we willen, hoe we dat willen, binnen de vastgestelde prijs en binnen een redelijke termijn. Vast onderdeel daarvan zijn uiteraard de garanties en verzekeringen.

 

De uitvoering

Uitvoering is een mooie fase. Het gebouw gaat daadwerkelijk verschijnen. Aangezien we samen ons best hebben gedaan bij de voorgaande fase, loopt deze fase meestal soepel. Van belang is vinger aan de pols houden, korte lijnen en helder communiceren. Afhankelijk van de voortgang hebben we tweewekelijks een bouwoverleg waar openstaande punten worden afgekaart. Meer- en/of minderwerk wordt vastgelegd tot dan toe. Ook kijken we uiteraard of er gebouwd wordt zoals er overeengekomen is. Aanwezig zijn dan wij als architect, de opdrachtgever als de opdrachtgever, de hoofdaannemer en indien nodig onderaannemers. Ook de oplevering is onderdeel van deze fase. Het gebouw wordt stapsgewijs gecontroleerd en eventuele gebreken worden op een lijst samen gevoegd en als ‘to-do’ aan de aannemer meegegeven...

 

Duurzame en ecologische aspecten

Naast bovenstaande standaard architectenwerkzaamheden zijn een groot aantal ecologische aspecten standaard onderdeel van onze werkzaamheden. Denk daarbij aan:

  1. Omgevingsaspecten (zoninstraling, groenbeleving, e.d.)
  2. Uitleg over duurzaamheid (Trias Ecologica, C2C, Nationaal pakket duurzaam bouwen)
  3. Uitleg over comfort en gezondheidsaspecten van bouwmaterialen en installaties
  4. Uitleg over bouwmethode en materialisering
  5. Energieconcept (passiefhuis of actiefhuis, energieneutraal, passieve zonne-energie, energieterugwinning, LTV-verwarming)
  6. Waterconcept (hergebruik en opvang)
  7. Ventilatieconcept (natuurlijke ventilatie, warmteterugwinning)
  8. Subsidiemogelijkheden vanuit de gemeentelijke, provinciale en landelijke regelingen
Maquette of 3D visualisatie?
  Onderdeel van het bouwproces is naast de bouwkundige tekeningen uiteraard het visualiseren van het gebouw. Een opdrachtgever wil immers voor dat het er staat ervaren hoe het gaat worden, hoe kijk je er tegenaan en wat zijn de verhoudingen. Aangezien niet iedereen even goed bouwkundige tekeningen kan lezen, is een 3D weergave van belang. Tegenwoordig zie je veel 3D tekenwerk, prachtige visualisaties. Echter merken we dat de goede oude maquette altijd nog zeer goed werkt. Je til het hem op, bekijkt hem op ooghoogte, draait er om heen, ziet je zelf staan enz. enz. In de eerste fasen maken we vaak 3D tekeningen als massastudie, soms ook voor presentaties, maar een echte maquette is standaard onderdeel van onze werkzaamheden. Vaak zijn deze op een schaal van 1:50 (2 cm is een meter).
 

Details van een maquette

 

 

 

 

 

 

 

 

De gehele maquette

 
"Een architect is duur, eigenzinnig en altijd boven budget!"
 

“Een architect is duur”

Sommige mensen vragen zich af waarom je een architect nodig hebt. Je kan een aannemer toch gewoon vertellen wat je wil en dan bouwt hij dat...? Een architect is in eerste plaats een adviseur (een aannemer niet) en begeleider gedurende het intensieve bouwtraject. Door goed te luisteren naar het ‘wat je wil’ en dat te vertalen naar een ontwerp, zorgen wij ervoor dat je nog meer krijgt dan wat je wil!

“Een architect in eigenzinnig”

Volledig waar! Zeker in het duurzaam en modern ecologisch bouwen, anders kom je niet ver in de conservatieve bouwwereld. Of wordt er eigenwijs bedoelt? Die architecten heb je ook, maar wij willen toch echt bouwen wat jij als opdrachtgever wilt. Ongetwijfeld hebben we een ‘stijl’, maar gezien al ons wezenlijk verschillende ontwerpen, zou het auteursrecht eigenlijk fifty-fifty moeten zijn....

“Een architect zit altijd boven budget”

Voor ieder budget is een duurzaam en modern ecologisch huis te bouwen. Het is simpelweg een weegschaal van keuzes. Aan de ene kant iets bij, aan de andere kant iets af. Wij houden gedurende het hele proces de kosten scherp in het oog en we wijzen er iedere keer op als de weegschaal niet in balans is!